150
g rogge
100 g haver
250 g tarwe
1 theelepel karwijzaad
1 theelepel koriander
1 pakje droge gist
1 pakje zuurdesemextract
1 theelepel zout
75 g zachte reuzel
3 3/4 dl lauw water
300 g uien
30 g reuzel
1 theelepel karwij-zaad
1 theelepel gemalen oregano
nog wat karwijzaad
De rogge met de haver, tarwe, karwijzaad en koriander fijnmalen
en zorgvuldig met de gist en het zuurdesemextract mengen. Het zout,
de reuzel en het lauw water toevoegen. De ingrediënten met
de mixer of in de keukenmachine eerst op de laagste, dan op de hoogste
stand in ca. 5 minuten tot een glad deeg kneden. Het deeg op een
warme plaats laten rijzen tot het bijna 2 keer zo hoog is.
De uien pellen en in schijven snijden. De reuzel smelten, de
uischijven daarin fruiten, af laten koelen en met karwijzaad
en oregano op smaak brengen.
Het gerezen deeg op het aanrecht nog een keer goed kneden, in
20 stukken verdelen. Elk deegstuk tot een dunne lap uitrollen.
Een soufflévorm invetten, 4 deeglappen erin leggen. 1/4
Deel van het uimengsel erover verdelen. Dit herhalen tot alle
ingrediënten er in lagen in liggen, de bovenste laag moet
uit deeg bestaan. De lagen goed aandrukken. Afgedekt op een
warme plaats nog ca. 30 minuten laten rijzen. Met water en met
karwijzaad bestrooi-en. De vorm op het rooster in de voorverwarmde
oven zetten. Oven op ca. 200C, baktijd ca. 60 minuten.
Het gebakken brood uit de vorm storten en nog ca. 5 minuten
in de oven leggen.
|