voor de mousse:
1 ui
1 seldertakje
2 dl rode wijn
1 soepbeen
1 kruidentuiltje (pe
2 blaadjes gelatine
100 gr gekookte hesp
100 gr gerookte of ardense hesp
1 dl room
peper en zout
voor de soezen:
boter
75 gr bloem
3 eieren
zout
Pel de ui, maak de selder schoon en snijd beide
groenten in stukken. Breng deze aan de kook met 5 dl water, de
rode wijn, het soepbeen en het kruidentuiltje. Laat inkoken tot
u zo'n 1.5 dl overhoudt.
Week ondertussen de gelatine in koud water. Snijd de twee soorten
hesp in kleine stukken.
Zeef de bouillon en voeg er de uitgeknepen gelatine en de stukjes
hesp aan toe. Mix tot u een mooie, gladde mousse bekomt. Laat
even afkoelen. Klop de room op en spatel hem dan door de afgekoelde
mousse. Breng eventueel verder op smaak met peper en zout maar
houd er wel rekening mee dat gerookte hesp reeds erg gezouten
is. Laat de mousse enkele uren opstijven in de koelkast.
Ondertussen kunt u de soesjes bereiden. Breng hiervoor 1.5 dl
water met 50 gr boter en een snuifje zout in een pannetje aan
de kook. Meng goed tot een vaste deegbal en laat drogen op een
zacht vuurtje. Spatel er dan 2 eieren, één voor
één, door. Vul een spuitzak met effen spuitmondje
met dit deeg en spuit hoopjes (ter grootte van een 5 fr muntstuk)
op een met boter ingesmeerde ovenplaat. Meng de eierdooier van
het derde ei met enkele druppels water en kwast de deeghoopjes
met dit mengsel in. Plaats 10 à 15 minuten in een op 225
°C voorverwarmde oven. Doe dan de oven uit, zet de deur op
een kiertje, zodat de soesjes geleidelijk afkoelen.
Haal de hespenmousse uit de koelkast en vul hiermee een spuitzak.
Maak aan de onderkant van elk soesje een klein gaatje, zodat u
ze makkelijk met de hespenmousse kunt opvullen. Zo hebt u lekkere
en originele aperitiefhapjes.
Bereidingstijd: 1 uur
Voor: 24 stuks
|