|
4 stukken
kalfszwezerik van 150 g
bloem
100 g geraspte paardebloemwortel
4 takken rode en witte snijbiet
1 venkel, in vier porties gesneden
4 kleine, groene tomaten
160 g kleine dooierzwammen (cantharellen)
1 dl kalfs- of gevogeltebouillon
500 g ganzenvet
1 knoflookteentje
2 blaadjes laurier
1 klein takje rozemarijn
150 g gezouten boter
16 cl olijfolie
De zwezeriken een uur in
koud water weken, een minuut in kokend water
dompelen, verfrissen en laten afkoelen.
Het vel en eventuele bloedrestjes verwijderen.
De zwezeriken afdrogen tussen handdoeken
en een beetje platdrukken. Kruiden met peper
en zout.
Zestig gram boter en zes centiliter olijfolie
verwarmen in een braadpan tot de boter bruin
is. De zwezeriken door de bloem halen en
in boter aan beide zijden bruin kleuren.
Regelmatig met braadjus overgieten. De krokant
gebakken zwezeriken uit de braadjus halen.
De snijbiet schoonmaken, in reepjes van
een centimeter snijden en krokant bakken
in veertig gram boter met vier centiliter
olijfolie. Kruiden met peper en zout.
Het ganzenvet tot 150' c verwarmen. De venkel
in het vet dompelen en twintig minuten laten
koken. Na een kwartier de groene tomaten,
knoflook, laurier en rozemarijn in het vet
doen. Na vijf minuten alle ingredienten
uit het vet halen, op absorberend papier
leggen en licht zouten.
De wortels van de paardebloem grof raspen
en op hevig vuur bakken in een pan met vier
centiliter olijfolie en twintig gram boter.
Vijftig gram suiker toevoegen en laten karameliseren.
De dooierzwammen wassen of schoonborstelen
en in dertig gram boter en twee centiliter
olijfolie op hevig vuur bakken. Op smaak
brengen met peper en zout.
|