|
(voor 3 personen)
200 g krenten
50 ml jenever
2 1/2 dl Lambiek
1 panklaar konijn (ca. 2 kg
250 g gerookt spek
50 g reuzel
20 pareluitjes
zout en zwarte peper
1 teentje knoflook
1 bouquet garni
1 eetlepel bloem
1 eetlepel bruine rietsuiker
Laat de krenten in de jenever en een scheutje
Lambiek weken.
Verdeel het konijn in stukken van gelijke grootte.
Snijd het spek in blokjes en bak die aan in de reuzel in een gietijzeren
pan. Haal het spek uit de pan.
Fruit de uitjes in het vet en haal ze uit de pan.
Braad het konijn aan alle zijden aan en giet het
vet af. Bestrooi het vlees met zout en peper. Snipper het knoflook
en voeg het met het bouquet garni aan het vlees toe; bestuif het
geheel met bloem.
Doe de krenten met de marinade en de suiker bij
het vlees. Giet de rest van het bier erbij en voeg zoveel water
toe dat het vlees net onder staat. Roer even om het braadvocht
van de bodem los te maken. Breng het gerecht aan de kook.
Voeg de uien en het spek toe en laat het geheel
30 minuten sudderen. Is de saus nog erg dun, haal dan het vlees,
de uien en het spek uit de pan en laat de saus inkoken.
Rangschik de stukken konijn op een voorverwarmde
schaal en giet de warme saus erover.
Serveer met gekookte aardappelen of aardappelpuree.
|