|
1 konijn van ca 1800 gr
solo bakboter
1 el bloem
1 kruidentuiltje (peterselie, tijm en laurier)
4 dl Rodenbach bier
1/2 botje worteltjes
1 bosje rapen
150 gr boontjes
100 gr zilveruitjes
12 kleine aardappeltjes
2 el gehakte peterselie
peper en zout
Verdeel het konijn in stukken. Smelt een nootje
solo en schroei er de stukken konijn aan alle zijden in dicht.
Kruid met peper en zout en bestrooi met de bloem. Laat even meebakken
en voeg er vervolgens het kruidentuiltje, het bier en 1 dl water
aan toe. Laat ca 25 minuten zachtjes sudderen.
Maak ondertussen de groenten schoon. Verwijder
het groen van de jonge worteltjes tot op ca 1 cm. Schil ze en
was ze. Maak de raapjes schoon, halveer ze en snij ze vervolgens
in halve maantjes. Maak de boontjes schoon en was ze. Pel de zilveruitjes.
Schil de aardappeltjes en was ze grondig. Leg alle groentestukken
op het konijn, kruid met peper en zout en laat ca 20 minuten onder
gesloten deksel gaar stoven.
Verdeel de bereiding over 4 diepe schalen en bestrooi
met wat gehakte peterselie. U kunt de saus eventueel binden met
wat roux (bloem + solo)
Bereidingstijd: 1 uur
Voor: 4 personen
|