|
Voor de salade:
400 g kalkoenborst
1 eetlepel citroensap
1 eetlepel lichte sojasaus
1 eetlepel boter
2 grote wortels
4 kleine struikjes witlof
300 g komkommer
4 kerstomaatjes
Voor de kerriesaus:
2 dl zure room of crème fraîche
2 eetlepels room
1 eetlepel middelscherpe mosterd
1 theelepel kerriepoeder
2 eetlepels sojasaus
8 druppels tabasco
snufje gemberpoeder,
snufje zout
snufje suiker
1 eetlepel dillegroen
Was de kalkoenborst en dep hem dan droog met keukenpapier. Meng
het citroensap met de sojasaus en bestrijk er de kalkoenborst
mee. Wikkel het vlees in alufolie en laat de smaken 50 minuten
intrekken in de koelkast.
Verhit de boter in een pan. Braad er de filets
op een laag vuur aan weerskanten 4 minuten in aan. Neem ze uit
de pan, wikkel ze opnieuw in folie en laat afkoelen.
Schrap intussen de wortels af. Kook de wortels
vervolgens in water met zout beetgaar, neem ze eruit een laat
ze uitlekken en afkoelen.
Snijd de bittere kern aan de onderkant van de
struikjes witlof weg, haal de blaadjes los, was ze en laat ze
uitlekken.
Borstel de komkommer onder de hete kraan af, dep
hem droog met keukenpapier en schaaf hem in dunne plakjes.
Was de tomaatjes, halveer ze en verwijder de kroontjes.
Snijd de afgekoelde wortels in dunne plakjes en
steek er met een uitsteekvormpje bloemetjes uit.
Meng de zure room of de crème fraîche
met de room, mosterd, het kerriepoeder en de sojasaus en breng
de saus op smaak met tabasco, gemberpoeder, zout en suiker.
Neem het kalkoenvlees uit de verpakking en snijd
het in dunne plakken. Verdeel de blaadjes witlof, de plakjes komkommer,
de plakken kalkoen en de tomaatjes over 4 borden. Schep op elke
portie 1-2 eetlepels kerriesaus, strooi het dillegroen erover,
garneer met de wortelbloempjes en dien op.
Hierbij past vers wit stokbrood dat eventueel
met wat knoflookboter bestreken even in de oven is opgebakken.
|