|
500 g visafval
500 g ongepelde garnalen
1 prei
1 wortel
1 dl blond bier
50 g boter
2 eetl bloem
peper
zout
Maak eerst de basis van de soep. Dompel de visafval in 1 liter
koud water. Lichtjes kruiden met peper en zout. Pel de garnalen.
Als het water kookt, de in kleine stukjes gesneden prei en
wortel toevoegen en de pellen van de garnalen. Houd de temeratuur
constant tegen het kookpunt gedurende een uur. Schep de boter
in de pan, maak de helft van de garnalen fijn, liefst in een
houten vijzel, zodat een soort roze pasta ontstaat. Om dit
gemakkelijker te maken voegt u steeds een beetje visbouillon
toe. Zet het vuur laag. Giet het bier bij de garnalenpasta
onder voortdurend roeren. Laat nog enkele minuten koken om
een smeuig geheel te krijgen. Voeg dan de rest van de garnalen
toe en haal de pan van het vuur. Zeef de bouillon en druk
de ingrediënten goed uit. Giet de inhoud van het kleine
pannetje in de nog lauwe ketel van de bouillon. Giet die er
nu langzaam bij en blijf roeren met een houten lepel. Controleer
of er nog kruiden bij moeten. Zeer warm opdienen. Als u per
se tomatenpuree (1 eetlepel) en room (50 g) wilt gebruiken,
moet u die toevoegen voor de rest van de garnalen. De soep
heeft dan een mooie, helderroze tint, maar de typische smaak
verzwakt. |