|
2
uien
2 preiwitten
solo bakboter
1 kg witloof
1.5 l gevogeltebouillon
1 kruidentuiltje (1 takje tijm, 2 blaadjes
laurier, peterselie)
30 gr bloem
1 dl room
2 eierdooiers
enkele kervelplukjes
Snij de uien en de preiwitten fijn en stoof
beide aan in gesmolten solo tot de prei
glazig wordt. Hou 2 tot 3 struikjes witloof
voor de versiering en voeg de rest van het
fijngesneden witloof toe aan de prei. Laat
2 minuutjes meestoven. Bevochtig met de
gevogeltebouillon. Voeg het samengebonden
kruidentuiltje toe en maak het vast aan
de rand van de kookpot. Laat een klein half
uurtje onder deksel gaar worden.
Maak
ondertussen een roux: laat 15 gr solo smelten,
neem de pan van het vuur, spatel de bloem
eronder en laat al roerend enkele minuutjes
drogen op het vuur. Als de soep bijna gaar
is, voegt u de roux al roerend toe en laat
u ze eventjes meekoken. Verwijder het kruidentuiltje
en mix de soep. Zeef de soep daarna door
een fijne zeef. Laat alles terug opkoken,
schuim het af en breng op smaak met zout
(geen peper).
Warm
ondertussen de borden voor. Voor de afwerking
snijdt u de overige stukjes witloof fijn
en stooft u ze aan in solo tot ze lichtjes
glazig zijn. Maak een liaison: roer de eierdooiers
los met de room. Dien de witloofvelouté
op in een diep, warm bord en een eetlepel
gestoofd witloof. Giet er de warme soep
over en voeg een scheutje liaison toe. Versier
met enkele plukjes kervel.
Bereidingstijd:
40 minuten
Voor: 4 personen |