|
300 g verse garnalen (ongepeld
gewogen)
24 gesloten, grote oesters
1/8 liter slagroom
ca. 1/8 liter droge witte wijn
50 g boter
30 g bloem
1 eidooier
zout, witte peper
snufje gemalen nootmuskaat
grof zeezout
100 g versgeraspte gruyère
4 eetlepels paneermeel
Garnalen pellen. Op zeef onder koud stromend water even afspoelen
en wegzetten.
De oesterschelpen met een oestermes openmaken, oesters eruit halen
en het vocht in een litermaat gieten. De 24 diepe kanten van de
schelpen bewaren. Het oestervocht en de room met de witte wijn
aanvullen tot net 1/2 liter.
De boter in een pan smelten maar alleen goudgeel
laten worden. De bloem toevoegen en al roerende even laten bruinen.
Langzaam het vocht uit de litermaat erbij gieten. De saus even
laten opkomen en dan op een zacht vuurtje ca. 3 minuten laten
trekken.
De eidooier met een beetje saus loskloppen en
daarna door de saus roeren. Op smaak brengen met zout, peper en
nootmuskaat.
De garnalen in de saus doen. Nu telkens 1 lepel
saus in een diepe oesterschelp leggen, een oester erop leggen
en daarop weer wat saus scheppen.
In een ronde pan met oren of een diep deksel van
een vuurvaste schotel een dikke laag grof zeezout strooien en
daarin de gevulde oesterschelpen zetten. (De zoutlaag dient om
de schelpen steun te geven, maar ook om het gerecht op tafel warm
te houden),
De pan in een voorverwarmde oven van 220°
C (gas: stand 4) schuiven en de oesters 6-8 minuten bakken, tot
de saus begint te pruttelen.
De schaal uit de oven halen, de oesters bestrooien
met een mengsel van gruyère en paneermeel en ze dan nog
3 minuten onder de voorverwarmde grill gratineren.
Onmiddellijk serveren.
Geef bij de oesters partjes citroen, knapperig geroosterd witbrood
en een koele mousserende wijn.
|