|
20 gekookte langoustines
1 seldertak
1 ui
1 wortel
1 kruidentuiltje
Solo bakboter
1 el tomatenpuree
1 el bloem
een geutje cognac
1.5 dl visbouillon
2.5 dl room
6 witlofstronken
sap van 1/2 citroen
1 el olijfolie
peper en zout
Breek de langoustines in twee en houd de koppen en de staartjes
apart. Was de selder, de ui en de wortel en snij deze groenten
in kleine stukken. Smelt een nootje solo en stoof hierin de langoustinekopjes,
de versneden groenten en het kruidentuiltje even aan. Voeg er
de tomatenpuree en bloem aan toe en laat nog ca 1 minuut verder
stoven. Flambeer met de cognac. Blus met de visbouillon, laat
even inkoken en giet er dan de room bij. Laat de saus gedurende
30 tot 45 minuten inkoken op een zacht vuurtje.
Snij ondertussen het gewassen witloof in reepjes.
Stoof deze groentesnippers in een nootje solo, kruid met peper
en zout en besprenkel met wat water en het citroensap. Dek af
met alufolie om het kleuren te voorkomen.
Pel de langoustinestaartjes en bak ze even aan
in de olijfolie. Zeef de ingekookte saus en breng ze verder op
smaak met peper en zout.
Verdeel de saus over de borden, leg een witloofbedje
in het midden en schik hierop de langoustines.
Bereidingstijd: 1 uur
Voor: 4 personen
|