|
250 g uitgesneden mosselvlees van
jakobsschelpen
30 g boter
zout, versgemalen witte peper
2 tomaten
1/2 appel
300 g witlof
100 g bleekselderij
100 g wilde kruiden (blaadjes van brandnetel, paardenbloem, veldzuring
en/of waterkers)
Voor de vinaigrette:
2 eetlepels appelazijn
zout, versgemalen witte peper
1 snufje kerriepoeder
4 eetlepels arachideolie
2 eetlepels walnootolie
Eerst de vinaigrette bereiden. De azijn met het zout, de peper
en de kerrie goed door elkaar roeren tot het zout is opgelost.
De olie erbij doen en erdoor mengen.
Voor de salade het witte vlees van de jakobsschelpen,
ook wel nootjes genoemd, zorgvuldig wassen, horizontaal in dunne
schijfjes snijden en op keukenpapier laten uitlekken. Een groot
bakblik goed met boter insmeren, met zout en peper bestrooien
en de schijfjes mosselvlees er bovenop leggen.
De tomaten met kokend water begieten, schrikken,
ontvellen, halveren, de kroontjes uitsnijden en de zaden verwijderen.
Het vruchtvlees in kleine stukjes snijden.
De 1/2 appel schillen, het klokhuis verwijderen,
het vruchtvlees in partjes, daarna in kleine blokjes snijden.
Met de stukjes tomaat vermengen, met de helft van de vinaigrette
besprenkelen.
Het witlof in blaadjes verdelen, de bittere uiteinden
een stukje afsnijden. De selderij in 3-4 cm lange stukjes en deze
vervolgens in reepjes snijden.
De blaadjes van de wilde kruiden trekken. De salade
afzonderlijk wassen en centrifugeren. Op borden serveren en met
de rest van de vinaigrette besprenkelen.
Het voorbereide bakblik in de op 200° C voorverwarmde
oven schuiven en het malse mosselvlees in slechts 1 1/2 minuut
daarin verwarmen - niet langer, anders wordt het taai.
Het verwarmde mosselvlees zorgvuldig op de salade
schikken en terwijl de mosselen nog warm zijn, opdienen.
|