2 kippefilets
1 takje selder
1/2 ui
1 kruidentuiltje
1 l water
2 witloofstruikjes
solo boter
peper, zout en nootmuskaat
120 gr bloem
1/2 dl room
1 el olie
2 eiwitten
1/2 pakje paneermeel
voor extra saus:
2 dl room
2 witloofstruikjes
peper, zout en nootmuskaat
1 tuiltje waterkers (of veldsla)
4 kerstomaatjes
4 halve schijfjes citroen
Snij de kippefilets in kleine stukjes. Maak het takje selder
schoon en versnipper het, samen met de ui. Breng dit met de
kippefilets, het kruidentuiltje en 1 liter water aan de kook.
Laat dit gedurende 15 tot 20 minuten zachtjes koken.
Maak de witloofstruikjes schoon, snipper ze fijn en stoof
ze in een nootje solo boter. Breng op smaak met peper, zout
en muskaatnoot. Als de kippefilets gaar zijn, haalt u ze uit
het kookvocht en zeeft u het sap door een puntzeef. Laat het
sap nog even inkoken tot u 1/2 liter overhoudt. Snij de kippefilets
in stukjes en voeg ze bij het gestoofd witloof.
Laat voor de roux 100 gr solo boter smelten en roer er de
bloem door. Laat dit mengsel goudblond bakken en doe er dan
het kippekookvocht bij. Roer stevig door om aanbranden te
vermijden. Doe er dan de room bij en breng op smaak met peper
en zout en haal er de kippeblokjes en het gestoofd witloof
door. Meng alles goed en giet het uit op een ingeoliede plaat.
Laat de vulling 1 uur afkoelen in de koelkast en maak er
mooie bolletjes of cilindertjes van.
Paneer deze op z'n Engels: strooi een weinig bloem in een
bord, klop 2 eiwitten los in een ander bord en strooi flink
wat paneermeel in een derde bord. Rol de kroketten achtereenvolgens
door de bloem, het eiwit en door het paneermeel.
Bewaar de kroketten in een diepvriezer. Dompel de diepgevroren
of gekoelde kroketten in heet frituurvet van 180 graden.
Laat dit gedurende 5 tot 7 minuten bakken.
Ondertussen heeft u de tijd om een extra saus te maken: versnipper
de witloofstruikjes en laat ze gaarsudderen in de room. Mix
even kort af en breng op smaak met peper, zout en muskaatnoot.
Maak de waterkers en de kerstomaatjes schoon en snij de citroen
in halve schijfjes. Per bord schikt u een toefje waterkers,
1 kerstomaatje, een half schijfje citroen en 2 tot 3 Brabantse
gevogeltekroketten. De extra saus geeft dit gerecht iets heel
speciaals.
Een roze of zoete Provence of Elzaswijn is prima als begeleiding.
Bereidingstijd: 50 minuten
Voor: 4 personen
|